Algemeen.
Artikel 1.
1-1.
Elke fokker, aangesloten bij Kleindier Liefhebbers Nederland (hierna te
noemen KLN), heeft het recht een
ras, haarsoort, kleur, tekening of uitmonstering voor te dragen voor
erkenning. Daarvoor moet de fokker
zijn dieren (hieronder worden verstaan: konijnen, cavia's en kleine
knaagdieren). De inschrijving van de
dieren wordt uiterlijk vier weken voor de aanvang van de KLN
bondstentoonstelling voor pelsdieren
opgegeven aan de secretaris van de standaardcommissie voor cavia's en
kleine knagers. De secretaris
van deze standaardcommissie toetst de inschrijving aan deze richtlijn en
bevestigt aan de schrijver of de
inschrijving al dan niet correct is. Wanneer er geen
bondstentoonstelling wordt gehouden moet het
bestuur van KLN een andere tentoonstelling aanwijzen.
1-2.
De algemene ledenvergadering van KLN stelt op voorstel van het bestuur
een richtlijn vast die regelt hoe
in Nederland niet erkende rassen, haarsoorten, kleuren, tekeningen,en
uitmonsteringen een erkenning
kunnen krijgen.
1-3. Er wordt gewerkt met een stelsel van voorlopige en definitieve
erkenningen.1-4. Het bestuur van KLN draagt de uitvoeting van deze
regeling op aan de standaardcommissie voor
cavia's en kleine knaagdieren overeenkomstig artikel 1 van het reglement
Standaardcommissies.
De standaardcommissie regelt de werkwijze en gang van zaken en draagt
zorg voor een correcte uitvoering.
De standaardcommissie houdt bij haar beoordeling en besluiten rekening
met de aspecten van dierenwelzijn.
Begripsomschrijvingen.
Artikel 2.
2-1. Buitenlandse dieren zijn dieren die erkend en opgenomen zijn in een
standaard anders dan de
Nederlandse. Als deze dieren niet zijn opgenomen in de Nederlandse
standaard dan worden ze
beschouwd als niet erkend in Nederland.
2-2. Er is sprake van een nieuw ras wanneer dit zich qua uiterlijk
duidelijk onderscheidt van andere in de
Nederlandse standaard opgenomen rassen. Dit is te zien aan type, bouw,
gewicht, kleur en beharing.
2-3. Er is sprake van een nieuwe kleur, haarsoort, tekening en/of
uitmonstering wanneer een dier:
a. niet is opgenomen in de Nederlandse standaard;
b. wel is opgenomen in de Nederlandse standaard maar bij een ander ras
van de betreffende diergroep.
2-4. Een definitieve erkenning van nieuwe rassen wordt in beginsel
voorafgegaan door een voorlopige erkenning.
2-5. Een definitieve erkenning van nieuwe rassen zonder voorafgaande
erkenning geldt voor rassen die
zijn opgenomen in de Europese standaard.
2-6. Een definitieve erkenning van een nieuwe kleur, haarsoort,
tekening, uitmonstering wordt in beginsel
voorafgegaan door een voorlopige erkenning.
2-7. Een definitieve erkenning van kleur, haarsoort, tekening,
uitmonstering zonder voorafgaande
voorlopige erkenning geldt in de volgende situaties;
a. het is al opgenomen in de Nederlandse standaard bij een ander ras van
dezelfde diergroep;
b. het is niet opgenomen in de Nedrlandse standaard maar wel in de
Europese standaard bij hetzelfde ras
en dezelfde diergroep;
2-8. Onder een ras wordt verstaan haarsoorten/variëteiten zoals aanwezig
en opgenomen in de
Nederlandse standaard en voor iedere diergroep afzonderlijk.
2-9. Onder fokker wordt verstaan: een natuurlijk lid van de KLN en
eigenaar van de betreffende dieren.
Aanvraag en criteria voor een erkenning.
Artikel3.
3-1 De schriftelijke aanvraag voor erkenning wordt gedaan door de
fokker. De dieren worden
ingeschreven en ingezonden op de bondstentoonstelling c.q. aangewezen
tentoonstelling onder
vermelding van "Voor erkenning". Gelijktijdig wordt aan het
tentoonstellingssecretariaat het concept vande standaardbeschrijving
gezonden. Deze omschrijving moet voor de sluitingsdatum van de
inschrijving
op het tentoonstellingssecretariaat zijn ontvangen.
3-2. De schriftelijke aanvraag voor erkenning van een in de Europese
standaard erkend(e) en opgenomen
ras, kleur, tekening. c.q.uitmonstering moet vergezeld gaan van een
Nederlandse vertaling van de
beschrijving in de Europese standaard.
3-3 Gelijktijdig en binnen een zelfde termijn als genoemd in lid 1 van
dit artikel wordt een afschrift van de
inschrijving en van het concept c.q. vertaalde standaard door de fokker
gezonden aan de secretaris van
de standaardcommissie. Ook kan een advies van de betreffende
speciaalclub worden bijgevoegd.
3-4 Voor het verkrijgen van een voorlopige erkenning van een ras,
haarsoort, kleur, tekening en/of
uitmonsteringg moeten worden ingeschreven en ingezonden Nederlandse
dieren en ten minste bestaan
uit:
- een mannelijk dier oud;
- een vrouwelijk dier oud;
- een mannelijk dier jong;
- een vrouwelijk dier jong.
De dieren zijn van eenzelfde type, bouw, haarsoort, kleur, tekening
en/of uitmonstering. Alle dieren
moeten in aanmerking kunnen komen voor minimaal het predikaat V. Een
voorlopige erkenning geldt bij:
Cavia's, Tamme ratten en Mongoolse gerbils voor een termijn van twee
jaar en voor de overige kleine
knaagdieren voor een termijn van één jaar. Deze termijnen kunnen voor
ten hoogste eenmaal met twee
jaar respectievelijk één jaar worden verlengd. Als na floop van deze
tweede termijn nog geen definitieve
erkenning wordt verleend dan moet een nieuwe aanvraag voor erkenning
worden gedaan.
3-5. Voor het behalen van een definitieve erkenning na afloop van een
voorlopige erkenning zal
gedurende de termijn van voorlopige erkening en aan het einde ervan,
ieder jaar op de
bondstentoonstellingc.q. aangewezen tentoonstelling dieren moeten worden
ingeschreven. Het
voorgaande in dit lid is van toepassing bij een voorlopige erkenning met
een termijn van twee jaar. Is deze
termijn één jaar, dan zal gedurende het tentoonstellingsseizoen volgend
op de voorlopige erkenning, en
voorsfgaande aan de bedoelde bondstentoonstelling de voor te dragen
dieren op een nog andere
tentoonstelling een beoordeling moeten hebben verkregen. De verkregen
beoordelingskaart zullen bij de
bescheiden, als bedoeld in dit artikel onder lid 3, worden gevoegd en
gezonden aan de secretaris van de
standaardcommissie voor cavia's en kleine knaagdieren.
Ingeschreven en ingezonden per tentoonstelling zullen minimaal zes
Nederlandse dieren en verdeeld
over jong en oud, man en vrouw moeten zijn. Het resultaat per
tentoonstelling moet minimaal tweemaal
het predikaat ZG zijn en ten hoogste eenmaal het predikaat O.
3-6. Voor het behalen van een defitieve erkenning van een ras, kleur,
tekening c.q. uitmonstering zonder
voorafgaande voorlopige erkenning moeten Nederlandse dieren worden
ingeschreven en ingezonden op
de bondstentoonstelling c.q. aangewezen tentoonstelling. Minimaal zes
dieren verdeeld over oud en jong,
man en vrouw moeten worden ingeschreven en ingezonden. Het resultaat per
tentoonstelling moet
minimaal tweemaal het predikaat ZG zijn en ten hoogste eenmaal het
predikaat O.
Communicatie.
Artikel 4.
4-1. De standaardcommissie kan haar oordeel aan de desbetreffende fokker
direct meedelen onder
nadrukkelijke vermelding dat het oordeel van de standaardcommissie een
voorlopig oordeel is dat moet
worden getoetst door het berstuur van de KLN. Het oordeel van de
standaardcommissie is dehalve in die
fase niet onherroepelijk.
4-2. Het bestuur van KLN toetst het advies van de standaardcommissie
alleen op correcte uitvoering van
de toepassing zijnde regels.
Slotbepalingen.
Artikel 5.
5-1. Allen in een algemene kedenvergadering van KLN kan tot wijziging
van dit reglement besloten
worden. De wijziging gaat direct in, Wanneer het voorstel daar niet in
voorziet.
5-2. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur
van KLN na raadpleging van de
desbetreffende standaardcommissie en/of de Diertechnische Raad. Als een
beslissing een wijziging of
aanvulling inhoudt op dit reglement, dan zal de genomen beslissing op
een eerstkomende algemene
ledenvergadering van de KLN als voorstel bekrachtigd moeten worden.
Wanneer een bekrachtiging
achterwege blijft, dan zal dit geen gevolgen met terugwerkende kracht
hebben.